Home / Preventie en vroege opsporing / Bevolkingsonderzoek

Online doneren

Forum

Vragen
Afdrukken   Doorsturen

Bevolkingsonderzoek

Bevolkingsonderzoeken zijn gericht op het opsporen van levensbedreigende aandoeningen. Het is een preventieve manier van onderzoek. Dat wil zeggen dat de mensen die onderzocht zijn in principe geen klachten hebben en zich niet ziek voelen. Deze manier van onderzoek wordt ook wel screening genoemd. Het is gericht op het behalen van een gezondheidswinst. Niet alle levensbedreigende aandoeningen zijn geschikt om via een bevolkingsonderzoek op te sporen. Bevolkingsonderzoek is in het algemeen zinvol als:

  • Er een gezondheidswinst te behalen is, door middel van vroege opsporing
  • Er een risicogroep is, waarbij een redelijke kans is dat zij de betreffende aandoening krijgen

Voorbeelden van bestaande bevolkingsonderzoeken zijn: de hielprik bij pasgeboren baby’s, borstonderzoek bij vrouwen vanaf 50 jaar en het uitstrijkje bij vrouwen vanaf 30 jaar, om (voorstadia van) baarmoederhalskanker op te sporen.

Dikkedarmkanker is bij uitstek een aandoening die geschikt is voor screening. Dat komt doordat dikkedarmkanker uit poliepen ontstaat. Deze poliepen zijn vrij gemakkelijk op te sporen en te verwijderen. Dikkedarmkanker kan zo zelfs voorkomen worden. Een tweede reden is dat dikkedarmkanker in een vroeg stadium niet altijd klachten geeft. Sommige mensen krijgen pas klachten, waneer de kanker in een verder gevorderd stadium is. Terwijl juist vroege opsporing erg belangrijk is: dikkedarmkanker is één van de best behandelbare vormen van kanker, als de diagnose in een vroeg stadium gesteld wordt.

De Gezondheidsraad heeft op 17 november 2009 de minister voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport geadviseerd om iedere man en vrouw in de leeftijdscategorie 55-75 jaar een tweejaarlijkse screening op darmkanker aan te bieden. Het advies is om de screening uit te voeren met behulp van  de screeningsmethode iFOBT (Immunochemische Fecaal Occult Bloed Test). Met deze methode wordt gekeken of er bloedsporen aanwezig zijn in de ontlasting. Bij een opkomst van 60 procent van alle opgeroepen personen kunnen jaarlijks 1400 sterfgevallen door darmkanker worden voorkomen. Het advies houdt wel in dat men zorgcapaciteit zal moeten opbouwen. Daarom heeft de gezondheidsraad het advies gegeven om het screeningsprogramma gefaseerd in te voeren.
De minister heeft in maart 2010 op dit advies gereageerd met een brief aan de tweede kamer. Hierin geeft hij aan naar verwachting  in het voorjaar van 2011 een zorgvuldig besluit te kunnen nemen over de eventuele invoering van de screening op darmkanker. Hij wil komend jaar benutten om een aantal knelpunten in kaart te brengen voordat er een definitief besluit wordt genomen.

Momenteel wordt op verschillende plaatsen in Nederland onderzoek gedaan naar het nut en de manier van screening. Dit gebeurt in de vorm van proefbevolkingsonderzoeken.